Een  lerend team smeden door iedereen dezelfde taal te laten spreken

Wie binnen een team of afdeling met (veel) anderstalige medewerkers of collega’s werkt, herkent dit ongetwijfeld: in pauzes gaan de mensen die dezelfde taal spreken bij elkaar zitten en kletsen ze vooral in hun moerstaal met elkaar. Helaas ontstaan daardoor verschillende groepen en oefenen mensen minder in Nederlands. Tijdens het werk zelf houden veel anderstaligen ook hun mond, want ze vinden dat hun Nederlands onvoldoende is. Daardoor mis je als bedrijf hun inhoudelijke bijdrage aan het team. Zonde! Hoe kun je dat veranderen?

Een goede basis

Om mensen zelfvertrouwen te geven, helpt het om hun basiskennis op niveau te brengen met een cursus. Door in een veilige omgeving met elkaar te oefenen, gaan mensen met sprongen vooruit. Als het lesmateriaal daarnaast aansluit op de dagelijkse praktijk, kunnen ze voortaan hun inhoudelijke bijdrage leveren – bijvoorbeeld in een werkoverleg of teamvergadering.

Cultuur van vertrouwen

De cultuur op de werkvloer is minstens zo belangrijk. Er moet ruimte zijn om fouten te maken, in het werk, maar ook in het Nederlands. Toon als leidinggevende geduld, laat het de ander zelf vertellen en ga niet alles invullen als hij er even niet uitkomt. Moedig je mensen aan om Nederlands met elkaar te spreken, ga eens aan die ‘Poolse tafel’ zitten in de pauze. Vraag je Indiase collega’s om iets te vertellen over hun land, dat de meeste mensen nog niet weten. Of om de beste Turkse moppen te vertalen naar het Nederlands. Als je meer van elkaar weet, accepteer je elkaar beter en zal je beter gaan samenwerken.

Leren van elkaar

Als alle teamleden dezelfde taal spreken en elkaars achtergrond respecteren, gaan ze automatisch meer informatie uitwisselen, meer kennis delen. Zo ontstaat een lerend team, dat zichzelf voortdurend verbetert en waarbij ieder teamlid zijn eigen bijdrage levert. Wat zijn oorspronkelijke taal of afkomst ook is. Dat is niet alleen goed voor het werk, maar ook voor de sfeer!